Jongere in de maakplaats: Joris (15 jaar) vertelt over zijn zelfgeprogrammeerde games

In de nieuwe blogserie ‘Jongere in de maakplaats’ zetten we jonge makers én hun creatieve projecten in het zonnetje. Met vandaag op ons podium: Joris (15 jaar) – maker bij CodeTeam in Maakplaats 021 Oosterdok.

 
Foto: Maakplaats 021

Foto: Maakplaats 021

 

Hoi Joris, leuk dat we je mogen interviewen! Hoe ben je bij het CodeTeam terecht gekomen?
Joris:
“Voordat ik begon aan het CodeTeam had ik nog niet heel veel ervaring met programmeren. Ik kwam ermee in aanraking doordat ik de game Minecraft veel speelde. In het spel kon je computers en nucleaire reactors programmeren, en zo ben ik er eigenlijk mee begonnen. Een vriend van mij zat al bij het CodeTeam en vroeg of ik een keer mee wilde, en nu doe ik al vier jaar mee.”

Nu je op de middelbare school zit – wordt daar aandacht besteed aan programmeren?
Joris:
“Sinds dit jaar heb ik Informatica, maar op school ligt het niveau veel lager dan bij het CodeTeam. Daar mag ik tijdens de les zelf bepalen wat ik doe, omdat ik alles al weet doordat ik het hier heb geleerd. Op school leer je veel diagrammen tekenen en samenwerken, hier leer je door het echt te doen en zelf te maken. Het is veel praktischer.”

Wat maakt programmeren zo interessant voor jou?
Joris:
“Ik vind het interessant dat je veel dingen kunt bedenken en het dan ook echt kunt maken. Je kunt er problemen mee oplossen. En als je wat beter wordt zijn er ook allemaal filosofieën die je kunt leren. Zo ben ik mezelf nu meer aan het leren over data-oriented design, waarbij data en functionaliteit worden gescheiden.”

 
Joris: "Ik vind het leuk dat er steeds nieuwe technologieën worden ontwikkeld, die je kunt leren.”

Joris: "Ik vind het leuk dat er steeds nieuwe technologieën worden ontwikkeld, die je kunt leren.”

 

Vertel, wat is het eerste project waaraan je hebt gewerkt bij het CodeTeam?
Joris:
“Mijn eerste game was een 2D-platformer, zoiets als Mario. Dat spel heb ik geprogrammeerd in Python. Het was een game waarin je met een poppetje van de ene naar de andere kant moest komen door te springen. Er waren normale blokjes en lavablokjes, en als je in de lava viel was je ‘dood’. Er zaten ook trampolines in die je lanceerden, en stekels waaraan je dood ging. En ik had muntjes gemaakt waardoor je een power-up kreeg, waardoor je bijvoorbeeld verder kon springen of sneller kon rennen.”

 

Joris: “Voor een schoolproject heb ik samen met een paar anderen een pixelart 2D-game gemaakt met SDL en programmeertaal C.”

 

Tof! En hoe ben je daarna verder gegaan?
Joris:
”Ik wilde eigenlijk starten met het leren ontwikkelen van 3D-spellen met de programmeertaal C++ en met OpenGL, maar dat was nog wat te hoog gegrepen voor mij. Toen heb ik SDL geleerd, waarmee ik nog meer 2D-spellen kon maken. Zo heb ik een soort 2D-versie gemaakt van Minecraft, waarin je zelf blokjes kon verplaatsen in een random-gegenereerde wereld.

Daarnaast heb ik voor een schoolproject samen met een paar anderen een pixelart 2D-game gemaakt, geïnspireerd op oude arcade games. Die game was veel geavanceerder dan mijn eerste spel, want hierin zaten ook vijanden en animaties. Bij het programmeren van dit spel ben ik als challenge geswitcht van de programmeertaal C++ naar C. Die taal heeft minder features dan C++, en is daardoor moeilijker, omdat je veel meer zelf moet doen. Juist doordat ik minder features had, kon ik veel beter begrijpen wát ik doe.”

 
DSCF2545.jpg
 

Aan welk project werk je nu?
Joris:
“Een nieuw spel: een driedimensionaal doolhof. Er zijn meerdere lagen, en je begint bovenin. In elke laag zit een gat dat je moet proberen te vinden, en zo kun je door naar de volgende laag daaronder. Als je alle lagen door bent kun je het doolhof aan de onderkant verlaten. Ik maak het doolhof in een vrij nieuwe programmeertaal: Rust. En ik gebruik daarbij de open-source game engine Amethyst. Er is nog niet zoveel informatie over beschikbaar, dus ik leer het mezelf aan door naar de documentatie te kijken en in bestaande source-code.”

Wat wil je in de toekomst nog graag leren?
Joris:
”Ik denk dat ik informatica ga studeren. Ik vind het vooral leuk om echt met computerhardware te werken. Ik was bijvoorbeeld een tijdje Assembly aan het leren, dat is een codetaal die bijna binary is maar nog wel leesbaar voor mensen. Ik vind het het allerinteressantst om te weten te komen hoe een computer precies werkt.”

Tijdens het programma CodeTeam maken jongeren van 12 - 16 jaar kennis met programmeren en leren ze van elkaar én van experts. Meedoen? Kijk in de OBA-agenda voor data, tijden en locaties.